
Ontmoetingsavond voor (groot)ouders van (een) overleden kind(eren)
Traditiegetrouw kreeg iedere aanwezige bij aankomst zijn/haar naam en verwantschap met de overledene(n) opgespeld en was er een glaasje met of zonder bubbels, vergezeld van enkele overheerlijke hapjes.
Dierik, voorzitter van vzw Kinderkankerfonds, opende de avond met enkele eenvoudige maar oprechte woorden. Hij verwelkomde iedereen met zichtbare ontroering, dankte de aanwezigen voor hun moed om te komen, en benadrukte dat deze ontmoetingen niet vanzelfsprekend zijn.“Na het overlijden van een dierbare ontstaat er, heel langzaam, een nieuw soort leven. De pijn verdwijnt niet, maar verandert van vorm. Herinneringen krijgen een andere kleur – van rauw en verscheurend naar waardevol en dierbaar. Voor veel ouders helpt het om een blijvende verbinding met hun kind te behouden: door verhalen te delen, foto’s te bekijken zoals we vanavond doen of een herdenkingsplek te creëren of misschien door zich in te zetten voor anderen die met kinderkanker te maken hebben.”
Ook dit jaar werd de oproep om een foto mee te brengen goed opgevolgd. De organisatoren zorgden voor een stemmig Hallo’ween’-hoekje waar mooi gekleide fotohouders (in alle kleuren en vormen) waren voorzien; een presentje dat – samen met het KKF-kaarsje – ’s avonds mee naar huis mocht worden genomen…
De sfeer tijdens de receptie was ingetogen maar warm. Er werd geknikt, geluisterd, getroosten zelfs gelachen. Verdriet en humor blijken geen tegenpolen, maar buren die elkaar verstaan.De aanwezige dokters, verpleegkundigen en psychologen van toen en nu deelden hun ervaringen en werden in elk ‘groepje’ met open armen ontvangen. Hun aanwezigheid roept immers veel op: dankbaarheid, ontroering, herkenning. En ja, ook zij zijn de kinderen niet vergeten. Blijkbaar vallen de namen van hen nog steeds, tussen collega’s, of op stille momenten thuis. De band die ooit ontstond in een ziekenhuisgang (van sommigen zelfs op de aloude 3K6-afdeling) blijkt nog altijd te bestaan – kwetsbaar, maar sterk.
En o ja, er werd die avond ook nog lekker gegeten. Na de overheerlijke courgettesoep serveerde men er nog kalkoen – met groentekrans en kroketten – én als traditiegetrouwe afsluiter stond het ellenlange dessertenbuffet op eenieder te wachten. Tussendoor klonken de glazen, werd er geproost op het leven en op de (klein)kinderen*… De gesprekken gingen alle kanten op – van herinneringen aan ziekenhuisdagen tot zelfs hier en daar het tonen van vakantiefoto’s van (klein)kinderen die er intussen bij kwamen. Die avond groeide eens te meer van stilte naar verbondenheid, van gemis naar dankbaarheid. En het werd nog maar eens duidelijk: liefde en herinnering sterven niet. Ze veranderen enkel van vorm, en leven voort in blikken, in handen die elkaar vinden, in een glimlach die blijft nazinderen. Of zoals Dierik ook verwoordde: “De omgeving speelt een belangrijke rol. Rouwende ouders hebben geen behoefte aan snelle troost of makkelijke woorden, maar aan erkenning; aan mensen die durven luisteren, stil zijn, en het kind bij naam durven noemen.”
En die namen werden en worden genoemd! Zelfs nu hé, Willem* en Soetkin*?
Warme groet van Katelijne en gelegenheidsschrijver Fries, ouders van bovengenoemden