
Interview met Deborah Nyst
Wie ben je?
Ik ben Deborah Nyst: beeldend kunstenaar, mama van Manon en Sophie, en parttime leerkracht in het deeltijds kunstonderwijs.
Wanneer begon je met tekenen?
Dat zat er al heel vroeg in. In de kleuterklas zag mijn juf dat ik een natuurlijke aanleg had voor tekenen. Ik kon me als kind uren bezighouden met tekenen. Ik herinner me dat mijn ouders me ook meenamen naar musea. Eén van mijn vroegste kunstherinneringen is een bezoek aan een Van Gogh-tentoonstelling. Ik was duidelijk onder de indruk, want ik maakte zelf een kleine Van Gogh daarna op een post-it papiertje: een hooiberg in een landschap uitgetekend in stiftlijntjes die de schriftuur van Van Gogh imiteerde. Ik moet een jaar of acht geweest zijn.
Je koos dus al vroeg voor kunst?
Niet echt. Tekenen en beelden maken waren altijd mijn ding, maar als jongvolwassene durfde ik daar niet voluit voor te kiezen. Ik heb veel uitgeprobeerd, verschillende richtingen verkend. Pas op mijn dertigste, tijdens de scheiding met de papa van Manon, kwam schilderen terug op mijn pad. Ik voelde dat het me hielp, dat ik er troost en kracht uit haalde. Dat was een kantelmoment: ik ging terug studeren en koos bewust voor de schilderkunst. Nadien ben ik ook les beginnen geven in het deeltijds kunstonderwijs. Een job die goed te combineren viel met mijn gezin, en waarin ik mezelf echt kon laten zien.
Wat voor werk maak je?
Ik was vastberaden een klassieke schilder te zijn. De mens en zijn leefomgeving was wat ik in beeld wou brengen. Ik begon in olieverf. Maar na verloop merkte ik dat aquarel me zoveel beter ligt. Ik maakte eerst vooral portretten en huiselijke taferelen.
Maar sinds enkele jaren is er iets veranderd in je werk. Wat is er precies gebeurd?
Toen Manon ziek werd, ben ik even gestopt met lesgeven. Ik had de energie niet om voor een klas te staan. In die periode schilderde ik af en toe, vooral op aanraden van de therapeut, als manier om iets voor mezelf te doen. Ik voelde toen al hoe me dat hielp te aarden. Ik schilderde haar, ook op haar ziekbed. Tot op het allerlaatste moment. Grote aquarellen, beelden van haar en van ons samen.
Ik had Manon vóór haar ziekte ook al vaak geschilderd. Ze was mijn muze, en daar was ze ook best fier op. In het ziekenhuis vertelde ze trots over haar mama die kunstenaar is, en haar papa die ‘in de rock-’n-roll’ zit, zoals ze dat zei.
Manon is overleden op 1 februari 2023, na een strijd van 17 maanden. Ze was 14 jaar. Het is dus allemaal nog relatief recent.
Als kunstenaar werkte ik altijd al rond de kracht van kwetsbaarheid. In mijn portretten zocht ik verbinding via het menselijke, het zachte. Maar Manon haar kwetsbaarheid in haar ziek-zijn… dat was van een ander kaliber. Na haar overlijden moest ik daar iets mee. Ik maakte beelden van haar lijden, rauwe, intense, vooral sepiakleurige beelden die bijna pijnlijk zijn om naar te kijken. Ze moesten eruit.
Mijn kinesist raadde me toen aan om te gaan wandelen. En om foto’s te nemen van wat ik zag. Zo ontstonden er andere beelden: landschappen, bomen, licht, duisternis. Ik herkende symbolen die hielpen om mijn verdriet te kaderen. Een zwarte bomenrij met tegenlicht werd een visueel beeld voor rouw. Drie afgekapte bomen deden me denken aan ons gezin, waarin iemand ontbreekt. Die beelden verwerkte ik nadien in nieuwe aquarellen. Maar toen ik weer aan het werk moest, merkte ik dat de landschappen me geen energie meer gaven. Het voelde te zwaar.
En dan ontstond er iets nieuws?
Als ik eerlijk mag zijn: er zijn momenten waarop het verdriet zo hevig in mijn lichaam slaat, dat zelfs stappen pijn doet. Dan voelt mijn bekken wankel, mijn benen zwaar. Rouw is niet alleen mentaal; het nestelt zich fysiek in je lijf.
Toch is er ook iets dat me blijft dragen: mijn artistieke werk. Het nieuwe werk dat ik sinds december 2024 maak, dat brengt me zó dicht bij Manon. Ik schilder haar niet meer letterlijk, maar haar energie zit in alles wat ik nu maak. In de humor, de speelsheid, de onverwachte associaties. Manon kon op een ontwapenende manier linken leggen. Ze zei ooit dat vliegtuigen op slakken lijken, omdat ze ook een spoor nalaten. Die poëtische manier van denken is nu ook mijn manier geworden.
Het besef kwam eigenlijk toen ik al een paar werken in die stijl had gemaakt. Ik maakte kleinere werken, dat ging sneller en ik haalde er meer voldoening uit. Ik schilderde twee zwaluwen. Het leek alsof ze tegen elkaar spraken. Daarna een bijtje met de titel Bee-haven: Keep cool – Be cool. Ik merkte: dit is leuk. Niet zwaar, niet geladen, maar speels.
En dan herinnerde ik me een gesprek met Manon. Ik vroeg haar ooit: “Wat zou jij maken als kunstenaar?” Ze zei: “Random dingen, kleurrijk, met grappige teksten.” En plots wist ik: dát is wat ik nu aan het doen ben. Alsof ze me begeleidde. Alsof ze op mijn schouder zat en zachtjes meekeek.
Het was voor het eerst sinds haar overlijden dat ik weer zin voelde — in het leven, maar ook in zingeving. Sindsdien ben ik vastbesloten om dit werk serieuzer te delen met de buitenwereld. Niet als iets therapeutisch voor mezelf, maar omdat ik voel dat het ook iets raakt bij anderen.
Hoe zou je je werk vandaag omschrijven?
Er zit veel symboliek in mijn beelden, die openstaan voor persoonlijke interpretaties. Sommige mensen herkennen er tekens in, sporen van hun eigen verlies. Maar tegelijk zit er lichtheid in. Humor. Een zelfrelativerende toets die bevrijdend werkt.
Mijn stijl vandaag is eclectisch, zeker. Het is ergens nog klassiek, ik werk fijn met oog voor detail. Maar tegelijk is het veel meer dan schilderkunst. Ik gebruik tweedehands kaders, die me vaak inspireren tot een beeld. Of omgekeerd: een beeld vindt soms zijn perfecte kader. Mijn werk is beeld en object tegelijk. De achterkant is even belangrijk als de voorkant. Daar staat de titel, grafisch uitgewerkt, soms met een tekening, soms met opvallende letters. De voorzijde is vaak gevoelig en zacht, bijna botanisch; de achterzijde speelser, brutaler, pop-artachtig. Ik speel met die dubbelheid, met betekenis, met woord en beeld. Dat geeft me goesting. Levenslust. Dat was ik een tijd kwijt.
Wat hoop je dat mensen voelen als ze je werk zien?
Dat ze heel even wakker worden. Dat een beeld of titel iets losmaakt. Een glimlach, een herinnering, een eigen verhaal. Ik hoop dat mijn werk mensen verbindt, dat het troost biedt, of verwondering. En vooral: dat het uitnodigt tot gesprek.
Krijg je veel reacties?
Ja. En sommige verhalen raken me diep. Zoals de man die een schilderij van een roodborstje kocht voor zijn vrouw. Zij zag haar overleden broer in een roodborstje aan het raam. Of een andere man, die Are we almost there? kocht voor zijn zieke vrouw. En dan was er een vrouw die You’re not alone. We stand behind you kocht, nadat ze haar hele familie verloren had. Mijn beelden openen zich voor andere betekenissen, en dat is prachtig om te zien.
Sommige beelden zijn troostend, andere speels of grappig. Is dat contrast bewust?
Niet echt. Ik werk heel intuïtief. Inspiratie komt vaak onverwacht. Soms is dat een zin die iemand zegt, soms iets wat ik zie. Soms is het zelfs bijna absurd. Zoals die slapeloze nacht waarin ik “Carré confituur” in mijn gsm typte, geen idee waarom. De volgende ochtend zag ik een open-call voor een groepsexpo getiteld Eat This, met als voorwaarde: 20 x 20 cm. En ik had thuis toevallig nét één kader in dat formaat liggen. Dat kan je toch niet verzinnen?
Of een wandeling waarbij een reiger vlak voor ons bleef zitten, terwijl we praatten over verlies. Dat beeld werd Creativity is like the blue heron within us, waiting. Symboliek vindt me, vaak op het juiste moment.
Ik leef in een soort open houding waarin betekenis me lijkt toe te waaien. Misschien is dat wat Manon me heeft nagelaten: de gave om op de grens te leven van toeval, verbeelding en betekenis.
In sommige werken komen lichtheid en troost ook samen. Ik moet denken aan mijn werk Weightless but heavy. Een veertje, licht als niets en toch beladen met betekenis. Voor sommigen een symbool van een engeltje, een aanwezigheid die achterblijft na verlies. Troostend, maar tegelijk pijnlijk. Als ik aan Manon denk, verschijnt er spontaan een glimlach op mijn gezicht… en tegelijk een traan. Ik zie haar brede glimlach, haar pretogen, haar grapjes, haar scherpe blik op haar mama én ik voel hoe intens ik haar mis.
Die dubbelheid kan ook op een speelse manier naar boven komen, zoals bij mijn werk Cinderella: een asbak met één filtersigaret, met een afdruk van lipstick erop. Een achtergelaten spoor van een dame? Of een smerige gewoonte die leidde tot de ondergang van een geliefde? Of misschien… was Assepoester gewoon een femme fatale, geen glazen muiltje maar een glazen asbak als stille getuige van een wilde nacht?
Doe ik dat bewust? Nee. Maar ik ervaar er zoveel plezier in. En dat plezier mag ook bestaan, zelfs in het verdriet. Het maakt het draaglijker. Het opent iets. En het verbindt.
Is jouw werk vandaag anders dan vroeger?
Ja. Vroeger wilde ik vooral technisch goed zijn, relevant, ernstig. Ik keek op naar de grote kunstenaars, wilde me daaraan meten. Nu werk ik speelser. Lichter, maar tegelijk dieper. Paradoxaal misschien, maar zo voelt het. Mijn werk is urgenter geworden. Ik wil iets brengen dat écht is, dat raakt.
Wat betekent erkenning voor jou?
Ik ben daar eerlijk in: het is mijn droom om voltijds van mijn kunst te kunnen leven. Lesgeven gaf me lang structuur, maar sinds Manons overlijden weet ik hoe zuinig ik moet zijn met mijn energie. En schilderen geeft me energie. Dus ja, ik wil mijn werk ook verkopen, exposeren, verder uitbouwen. Ik hoop ooit een partner te vinden die me helpt met de praktische kant. Maar voor nu probeer ik gewoon te maken en te delen. De erkenning die ik nu al krijg, ook van mensen uit de kunstwereld, doet me veel.
Binnenkort werk je aan een reeks voor KOESTER. Wat betekent dat voor jou?
Heel veel. De verpleegkundigen van KOESTER ondersteunen ouders onder andere tijdens en na de palliatieve fase van hun kind. Elk jaar sturen zij kaartjes naar ouders die hun kind verloren. Elk kaartje bevat een gedicht en een beeld. Dat ik daaraan mag meewerken, voelt als een eer. Het is een uitdagende opdracht, maar ik kijk er wel echt naar uit. Ook daar laat ik me leiden. Is dat dan minder waard dan “autonome” kunst? Voor mij niet. Ik geloof in de kracht van interactie. In verhalen. In contact.
Wat zou je tegen je jongere zelf zeggen?
Speel. Trust the process. Je hoeft je niet te bewijzen. Alles komt op zijn tijd. En vooral: doe wat je energie geeft. Laat je niet tegenhouden door wat anderen denken. Volg je kompas. Je bent goed bezig.
Volg haar op Instagram @deborah.nyst
- Carré confituur
- 50% wasn’t enough to live – voorkant
- 50% wasn’t enough to live – achterkant
- Cinderella – voorkant
- Cinderella – achterkant
- Count to 10 – voorkant
- Count to 10 – achterkant
- Spotted – voorkant
- Spotted – achterkant
- Weightless but heavy – voorkant
- Weightless but heavy – achterkant
- Deborah Nyst
Foto’s door Tom Witsel











